Niet auftagen.

Had hij net zo lekker gegeten in de refter en fijn geluisterd naar een lezing over gewrichtsproblemen, kwam zijn afspraakje : Wensje van Vlaaien gewoonweg niet opdagen. Serrijns had toch duidelijk via Hyves met haar afgesproken, en er ook nog een faxje achteraan gegooid..

Vrijwilligerswerk.

Omdat de Knager voor de deur van een bejaardenhuis een enorme karbonade had opgegeten, met ontzettend veel kabaal, kreeg van de gemeente Amsterdam een taakstraf van 70 uur. Serrijns Meubels vond het zijn plicht om de Knager in deze te steunen omdat hij de karbonade had gebakken.

Boek geschreven.

Pluim van Bree heeft in één week tijd een boekje geschreven. Een longread met wenken voor de pruilende man. “Ik hou van sober en efficiënt en van appeltaart met kersen, en van houtwurm en van het het heelal in al zijn facetten, en van Rubens vrouwen en van zachte briesjes en van klompendansen en van…

3 Suisses.

De trui die Krombacher hier draagt heeft hij gekregen van de Heer Hui Sarts. En deze Hui drinkt 2 liter koffiemelk per dag.

In de soep.

“Leven ze nog Loods”? “Ja Knoop”! “Mag ik ze dan hebben, dan gooi ik ze in de soep vanavond”! Knoop zijn vleessoep is berucht.

Familiekiekje.

Heeft de fotograaf eindelijk de familie bijelkaar voor een gezellige buurtfoto, gaat Serrijns Meubels weer de gebraden haan uithangen. Hij moest weer zo nodig zijn Buck Rodgers imitatie laten zien, door het raam nog wel.

Rommelig

Pluim van Bree was zijn orthopedisch overhempje vergeten, en toen zei Knoop Luyckx : “Kijk hier eens tussen het vuil Pluim, De Knager haalt hier ook altijd zijn nieuwe kleren vandaan”!

De meute.

Een half uur geleden hadden de Knager en Loods van Paalen kwaad bloed gezet in een café ver bij hun uit de buurt. Ze hadden gezegd dat het bier lauw was en dat de bitterballen gevuld waren met soep. De woedende eigenaar van het café had gezegd dat hij de beide heren op zou zoeken…

De man.

Tussen Pluim van Bree en Knoop Luyckx in zit Maretius Van Oorganeeuwen en Boergeeuwemaakloppers, en Maretius is bekend om zijn bewering dat mensen die mondharmonica bespelen ook goede trefbalspelers zijn.