Wraak.

Nu was Flonder Kajuit het zat. Dat eeuwige gesar, dat eeuwige gefnuik van zijn goede wil, hij was klaar met Henki. “Jij strijkt mij vanaf nu niet meer tegen de haren in Henki, de bordjes zijn verhangen, heb je de slaapkamer voor de professor al in orde gebracht?”

“Oh sorry Henki, dat van die slaapkamer had ik niet mogen zeggen”!